© 2019 by Hannelore Desmet   -   Privacyverklaring

Last van scheenbeenvliesontsteking?

03/10/2018

Als u een passie heeft voor hardlopen, bent u misschien reeds bekend met de term “Shin-Splints”. Scheenbeenvliesontsteking, Shin-Splints of Tibiaal Stress Syndroom (T.S.S) is een veel voorkomende overbelastingsblessure waarbij de sporter klaagt over een diffuse pijn langs de binnenzijde van het scheenbeen (de tibia). Deze pijn ontstaat door irritatie van het beenvlies (het periost) als gevolg van een overbelasting van de dieper gelegen onderbeenspieren. “Scheenbeenvliesontsteking” is dan ook een verkeerde naamgeving aangezien er geen sprake is van een ontsteking, maar een overbelasting.

 

Met een incidentiecijfer van 4% tot 35% is de scheenbeenvliesontsteking een van de meest voorkomende overbelastingsblessures onder de sporters. Het is een typische loopblessure, maar het komt ook voor binnen andere sporten waarbij herhaalde hoge impactbelastingen een rol spelen, zoals springen, volleybal, basketbal en turnen.

 

In wat verder volgt, vindt u kort een overzicht van de anatomie, de ontstaanswijze, de diagnose, de symptomen, de oorzaken en de mogelijke behandeling.

 

Anatomie en ontstaanswijze

 

Het onderbeen bestaat uit twee botstukken, namelijk het kuitbeen (de fibula) aan de buiten-achterzijde en het scheenbeen (de tibia) aan de binnen-voorzijde. Deze twee botstukken worden verbonden door een sterke bindweefselmembraan (membrana interossea) en omhuld door een dun en gevoelig weefselband (periost).

 

De voetbuigers hechten aan op de binnen- achterzijde van het onderbeen en spelen een belangrijke rol bij de schokdemping en de voetstabilisatie tijdens het wandelen, lopen, springen en staan. De herhaalde trekkracht van deze spieren op het scheenbeenvlies tijdens hoge impact activiteiten leidt tot scheenbeenvliesirritatie (of periostalgie).

 

Als het lichaam niet voldoende tijd krijgt om te herstellen na een sportinspanning en als de belasting te groot, te krachtig, herhaaldelijk of langdurig is, ontstaat een overbelastingsreactie van de onderbeenspieren met een excessieve trekkracht op het beenvlies. Dit resulteert in een scheenbeenvliesontsteking.

 

Symptomen

 

Als u enkele van de volgende symptomen herkent, kan u het probleem identificeren:

  • Opwekbare drukpijn over een gebied van minstens enkele centimeters langs de onder- en binnenzijde van het scheenbeen

  • Geleidelijk ontstane, inspanningsgerelateerde diffuse pijn in het getroffen gebied

  • Pijnklachten tijdens het dragen van het gewicht op het getroffen been

  • Lokale warmte of lichte zwelling in het getroffen gebied

  • Stijfheid, vooral bij het opstaan in de ochtend

Initieel treden de pijnklachten op na afloop van het sporten. Na verloop van tijd ontstaat de zeurende pijn in het onderbeen reeds bij het begin van de sportactiviteit en mindert deze binnen enkele minuten. U bent in staat om de trainingssessies af te maken, maar de pijnklachten keren terug na de training en zijn de dag nadien verergerd. Na langdurige overbelasting kan u genoodzaakt zijn de trainingssessie vroegtijdig te moeten afbreken.

 

Oorzaken

 

De overbelasting wordt meestal veroorzaakt door een samenspel van intrinsieke en extrinsieke risicofactoren.

 

Intrinsieke risicofactoren:

  • Versterkte pronatie van de voet (d.i. platvoeten) tijdens stand en hardlopen

  • Een positieve ‘navicular drop’-test (d.i. inzakking van het voetgewelf)

  • Het vrouwelijk geslacht

  • Beenlengteverschil (asymmetrische belasting van het onderbeen)

  • Overgewicht

  • Spierdysfunctie en afgenomen flexibiliteit van de dieper gelegen onderbeenspieren

  • Te weinig stabiliteit in het enkelgewricht

Extrinsieke risicofactoren:

  • Extreme fysieke activiteit met drastische verhoging van trainingsschema’s geldt als de belangrijkste extrinsieke factor. M.a.w. probeer niet te veel, te vaak en te snel te willen hardlopen op korte tijd!

  • Sportactiviteiten op een verharde ondergrond

  • Sportactiviteiten met veel en langdurig bergaf wandelen/lopen

  • Slecht of versleten sportschoeisel/steunzolen met geen/minimale stabiliserende en schokabsorberende functie

  • Onjuiste hardlooptechniek, bijv. voorvoetlopen

 

Diagnose

 

Meestal kan de juiste diagnose reeds gesteld worden o.b.v. een vraaggesprek met de patiënt en een lichamelijk onderzoek. U wordt bevraagd naar lokalisatie van de pijn, de ontstaanswijze van de klachten en de symptomen. Ook de sportbeoefening, m.n. de omvang, de opbouw en de intensiteit, speelt een belangrijke rol. Binnen het lichamelijk onderzoek wordt er gefocust op de voetstatiek, het looppatroon en de uitlokbare drukpijn en gevoeligheid ter hoogte van het scheenbeen.  

Het klinisch beeld (anamnese en lichamelijk onderzoek) staat voorop bij het stellen van de diagnose. Aanvullend onderzoek (MRI) kan toegepast worden ter uitsluiting van een andere pathologie, zoals bijvoorbeeld een stressfractuur van het scheenbeen.

 

Behandeling

 

De behandeling zal in eerste instantie gericht zijn op de genezing van het beschadigde weefsel, waarbij de focus ligt op het beheersen van de symptomen. De symptomatische behandeling bestaat enerzijds uit (relatieve) sportrust. Neem een pauze van de hoge-impact oefeningen zoals rennen en springen en houdt eventueel de conditie op peil met alternatieve, lage-impact oefeningen zoals fietsen en zwemmen. De duur van deze periode zal individueel moeten worden bepaald, afhankelijk van het klinisch beloop. Anderzijds kan ijsapplicatie op het getroffen gebied (10-15 min.), diepe weefselmassage en, indien nodig, ontstekingsremmers (NSAID’s) ook voor pijnverlichting zorgen (kortdurend en in overleg met de behandelende arts).

Als laatste is het minstens zo belangrijk om de individuele risicofactoren te identificeren en de onderliggende oorzaken aan te pakken. In de meeste gevallen is de uitkomst echter positief met de juiste behandeling.

Afhankelijk van deze oorzaken en risicofactoren is het vaak een combinatie van verschillende (preventieve) maatregelen die verlichting zullen brengen:

  • Spierversterkende oefeningen van de kuit- en de onderbeenspieren, waaronder excentrisch oefeningen van de voetbuigers om de belastbaarheid te verhogen

  • Oefeningen met aandacht voor het coördinatievermogen van de enkel,

  • Rekoefeningen van de kuit en de onderbeenspieren ter bevordering van de flexibiliteit

  • Geleidelijke trainingsopbouw a.d.h.v. een geïndividualiseerd loopprogramma, waarbij de frequentie, de omvang en de intensiteit belangrijke parameters zijn,

  • Optimalisatie van de voetstatiek en het looppatroon,

  • Geschikte sportschoenen met goede schokdempende zolen,

  • Correctie van de intrinsieke beperkingen, zoals platvoeten of een beenlengteverschil, met aangepaste inlegzolen of hielstukken,

  • Kinesiotaping ter ondersteuning van het scheenbeen,

  • Massagetherapie om de doorbloeding en het herstel te bevorderen.

  • Dry needling of triggerpunt therapie om de onderbeenspieren te ontspannen.

Heeft u hierover vragen of wenst u hierover meer informatie? Aarzel dan niet om ons te contacteren.

 

Sportieve groeten,

 

Hannelore Desmet                &              Sarah De Vogelaer

Sportkinesitherapeut                            Sportkinesitherapeut
Personal Trainer                                     Manueel Therapeut

Osteopaat                                               MSc in LO en bewegingswetenschappen

 

Nina Jacobs
Stagiair UHasselt
1e Master Revalidatiewetenschappen & Kinesitherapie

 

Hazelarenlaan 28
3500 Hasselt

+32 484 54 76 58
info@bebalancedbefit.be

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

in de
kijker

Cursus Sporttaping (26/10/2019)

16/07/2019

1/6
Please reload

Recent
nieuws
Please reload

Archief